Ik weet het nog precies. Een astrologe keek me aan en zei iets wat me nog steeds bijblijft.
"Jij was vroeger vast zo'n gast op een Inca-marktplein."
Ik moest lachen. "Hoe bedoel je dan?"
"Nou... iedereen staat daar klaar om een maagd te offeren, in de hoop dat de oogst dan beter wordt.
En jij bent degene die zijn hand opsteekt en zegt: '
Zou het misschien ook kunnen dat die oogst helemaal niets met die maagd te maken heeft?'"
Met die ene vraag had ik mijn doodsvonnis al getekend. Maar eerlijk? Ze had waarschijnlijk gelijk.
Ik merk namelijk dat ik ergens diep vanbinnen kriebels krijg van dingen die "nu eenmaal zo horen".
Zoveel content om me heen voelt zo... veilig. Zo lief-en-braaf geschreven, alsof iedereen doodsbang is om ook maar iemand tegen de haren in te strijken. En weet je wat daarvan het gevolg is? Als je iedereen tevreden probeert te houden, val je uiteindelijk bij niemand meer op. Je verdwijnt. Wordt een grijze muis, ergens weggezakt tussen duizend andere grijze muizen in een oneindige tijdlijn.
Dat wil ik niet. Ik kán dat niet eens, geloof ik.
Ik heb een uitgesproken mening, en ik deel die. Soms zelfs wanneer niemand erom vraagt, ja ik weet het, niet altijd mijn handigste eigenschap. Maar het komt niet voort uit de behoefte om te provoceren. Het komt voort uit iets dat me oprecht raakt: het geloof dat een ander perspectief mensen wakker kan schudden, aan het denken kan zetten, iets in beweging kan brengen.
Inmiddels weet ik ook wel dat niet iedereen daarop zit te wachten. Soms zou het verstandiger zijn om gewoon mijn mond te houden. Maar als ik schrijf, kies ik daar bewust niet voor. Dan schrijf ik liever iets waar tien mensen vurig tegenin gaan, dan iets waar duizend mensen achteloos aan voorbij scrollen zonder ook maar iets te voelen.
Dát is voor mij de rol van de Rebel. Je ziet wat anderen over het hoofd zien. Je hoort wat niemand hardop durft te benoemen. Ergens vanbinnen voel je dat iets niet klopt, en het is bijna onmogelijk om daar te blijven zwijgen.
Krijg ik daar kritiek op? Mooi zo. Kritiek betekent bijna altijd dat ik iemand écht heb geraakt.
Sterker nog: als niemand ooit kritiek heeft op wat ik maak, dan vraag ik me serieus af of ik eigenlijk wel iets te zeggen had.